De historische reizen van Captain Cook: feiten en informatie over zijn expedities naar Australië en Nieuw-Zeeland

Het leven en de carrière van James Cook

James Cook, beter bekend als kapitein James Cook, was een Brits marine-officier die vooral bekend werd door zijn historische reizen langs de kusten van Australië en Nieuw-Zeeland in de 18e hier eeuw. Geboren op 7 november 1728 in Marton, Yorkshire, Engeland, begon Cook als jongeling aan een carrière bij de Britse marine. Hij diende onder verschillende commandanten en werd uiteindelijk tot kapitein bevorderd.

Eerste expeditie: Oceanië ontdekt (1768-1771)

In 1767, na jaren van voorbereiding, vertrok Cook met de HMS Endeavour op zijn eerste historische reis. De missie was om de westerse wereld te bereiken via een nieuwe route langs de Zuidpool en om wetenschappelijke gegevens in te zamelen over de astronomische posities van verschillende sterrenbeelden. Daarnaast werd er gezocht naar land dat voor Europa onbekend was.

Op 12 april 1770 arriveerde Cook bij het eiland Hawaï, maar hij besloot geen voet aan wal te zetten na een korte confrontatie met de lokale bevolking. Een maand later bereikte hij Tasmanië en verkende vervolgens de Australische kust langs de Grand Entrance van Stradbroke-eilanden naar het binnenste van Hervey Bay.

In augustus 1770 begon Cook zijn terugreis, maar niet zonder eerst een schriftelijk rapport uit te brengen over zijn ontdekkingen. Hij bereikte Engeland in juli 1771 en werd ontvangen met feestelijke gemoedstoestand door de gehele Britse bevolking.

Tweede expeditie: Nieuw-Zeeland (1769-1774)

Na een jaar van voorbereiding vertrok Cook opnieuw, dit keer aan boord van de HMS Resolution. Ditmaal had hij het doel om in detail het onontdekte zuidelijke gedeelte van Nieuw-Guinea te verkennen.

Op 17 juni 1773 kwam hij aan bij een berg die later bekend werd als Cook-eiland, waarbij zijn bemanningsleden koeien vingen. Op dat moment bleek duidelijk dat Cooks missie in het noorden was geslaagd en de zogenaamde ‘Australische Continent’ niet bestond.

In oktober 1774 keerde hij met de HMS Resolution terug naar Engeland, na zeven jaren van intensief onderzoek. Zijn ontdekkingen werden uitgebreid gedocumenteerd door de officieren aan boord.

Derde expeditie: Atlantische Oceaan (1776-1780)

Na zijn tweede expedities werd Cook benoemd tot bevelhebber van een drieenschepen-expeditie, bestaande uit HMS Resolution en de HMS Discovery. De doelstelling was om de kusten van West-Afrika te verkennen.

Tijdens deze derde expeditie onderzocht hij opnieuw verschillende gebieden waarin zijn voorafgaande reizen ontdekkingen totaal anders waren dan verwacht had gehad. Na een jaar vertrok Cook met de HMS Discovery en de HMS Resolution om het onbekende gebied van westelijke Zuid-Amerika in te gaan.

Op 28 oktober 1776 begon hij zijn terugreis naar Engeland, maar ditmaal niet zonder een dramatisch einde. Op 17 februari 1780 verongelukte de HMS Discovery met alle handen op board bij St David’s Head en het schip kon tot zinken gedoemd worden.

Het duurde echter nog twee jaar voordat Cooks familie de tragische gebeurtenissen te horen kregen. Op 17 mei 1781 had hij de ongelukkige dader aan boord van het schip bevel gegeven zijn vaste compagnons mee te nemen op zijn laatste missie.

Bevindingen en impact

Kapitein Cook heeft een zeer diepgaande bijdrage geleverd aan het ontwikkelen van de kennis over oceaan, astronomische gegevens, botanische onderzoekingen en topografisch kaartwerk. Zijn bemanning bestond voornamelijk uit Brits mariniers.

Hij was een vastberaden leider met grote gezag voor zijn mannen; hij werd niettemin in conflict gebracht met de plaatselijke bevolking van Hawaï, wat hem later verhinderde om het eiland te bereiken. Cook had zich onderscheiden door zijn tact en moedigheid.

Bevriende nautische schatten

Cook’s afdelingen worden herdenkt als een bijzondere combinatie van wetenschappelijke navolging met de noodzaak voor voortdurende ontwikkeling. Zijn resultaten zullen dan ook blijven hangen in alle moderne onderzoeken die men zou willen doen naar het fenomeen “oceanografie” (de kennis over water).

In zijn nautische geschiedenis heeft Cook een nieuwe soort beschreven, waarschijnlijk de meest spectaculaire vondst van zijn reizen, nl. de Australische Grote Walvis.

Eerste inwijk: gevolgen

Het tijdperk na Cook is vaak benoemd als “de drie eeuwen” en kan worden bestempeld als het eerste echte beginpunt voor alle latere beschrijvingen van oceaan-reizen. De ontdekking door de Britten werd direct opgewaardeerd in verhalen die verspreid werden naar Europa, dat hiermee zijn aandacht richtte en een grote rol ging spelen bij het volgende tijdperk.

De 19e eeuw

Na Cooks dood zou men de oceaan nog vijf keer betreden door Engelse zeelieden. Dit had ook consequenties voor het hele wereldbeeld dat men zich kon verschaffen over de bestaande onbekende gebieden en speciale kennis van het oppervlakte van landen.

Tot in 1801 is er bijna niet opnieuw een geval van een Engels zeilschip naar Oost-Indië vertrokken. Vanaf dat moment was dit met elke expeditie echter al mogelijk en ontwikkelde men dan ook de techniek om de wereldzeeën te bereizen.

Het einde

Deze drie expedities door James Cook waren ongetwijfeld een van de meest significante gebeurtenissen uit het Brits-coloniale tijdperk, waarbij hij de Australische Grote Walvis ontdekte en het Zuidpoolgebied verkende.

Kapitein James Cook is vooral in zijn laatste twee jaar bijna een symbool van Engelse kolonisatie geworden. Er werden talloze monumenten opgericht ter herdenking van zijn zeegroet (of overigens de verdiensten) en hij werd voor altijd vastgenageld aan het Britse nationale bewustzijn.

Echter, door al deze gedenkstukken en erfenissen is ook een reeks beelden ontstaan die niettemin aangeven dat men geen “Engels” maar een geheel andere manier van leven wilde inplanten op het vasteland.